Lijf en leden…

DE LIEFDEVOLLE TRANSITIE VAN ROMY ROCKX

Niet iedere trans persoon ervaart genderdysforie op dezelfde manier. Voor Romy Rockx (1991) begon zijn transitie niet vanuit haat voor zijn lichaam, maar vanuit een groeiend verlangen om dichter bij zichzelf te komen. Een persoonlijk verslag.

Tekst: Romy Rockx
Foto’s: Joel Quayson, Djuna Couvee

Voor mezelf ben ik man genoeg. Ben ik trans genoeg. – Romy

Mijn transitie is een van de meest liefdevolle dingen die ik ben aangegaan. Het moment dat ik aan mezelf durfde toe te geven dat ik mijn eigen lijf mocht aanpassen naar hoe ik me voelde, was een bevrijding. Dat moment kwam na het zien van een trans man met wie ik werkte en die een spijkerpak droeg. Een spijkerpak dat ik zelf ook in mijn kast had hangen, maar niet droeg, omdat het mijn heupen accentueerde. Ik vond het een geweldig pak. Toen ik zag hoe het om zijn lijf viel, recht en plat, kwam dat binnen. Ik wilde dat dat pak ook zo om mijn lijf hing.

Beelden van geluk

De eerste gedachte was eng. Ik wilde niet mijn leven omgooien. Maar dat beeld liet me niet meer los. Ik keek naar trans mannen op Instagram en zag foto’s van voor en na hun transitie. Langzaam begon ik mezelf voor te stellen na een operatie en met hormoontherapie. Die beelden maakten me gelukkig. Ze gingen niet over schoonheid of over een beter leven. Het ging over écht mezelf mogen zijn.

Natuurlijk was het moment van het spijkerpak niet het enige moment waarop ik bezig was met mijn gender. Het was een onvermijdelijk moment, voortgekomen uit een opstapeling van ervaringen. Het waren de keren in de winkel waarop ik kleding uitzocht en bedacht hoe mooi die om mijn lijf zou staan. Om vervolgens diep geraakt en ongelukkig de winkel te verlaten nadat ik mezelf in de spiegel had gezien. Niet omdat ik mezelf lelijk vond, maar omdat het benadrukte dat ik een vrouwelijk lijf had en geen mannelijk lijf. Het waren de dagen in het zwembad waarop ik me diepongelukkig voelde in een topje. De jaloezie op volle snorren. Op bloesjes waarvan een openstaand bovenste knoopje een harige, platte borst verraadde.

Herinnering en ervaring

De eerste keer dat ik testosteron mocht smeren was een beetje een anticlimax. Er gebeurde namelijk niet zoveel. Pas na zo’n drie tot vier weken zag ik de eerste veranderingen. Mijn heupen werden iets rechter, mijn huid veranderde en mijn stem werd lager. Soms keek ik in de spiegel en zag ik een tiener die volledig uit verhouding was. In die periode werd mij ook weer om mijn ID gevraagd als ik alcohol kocht in de supermarkt. Op sommige momenten zag ik de persoon die ik ging worden. Dan voelde ik mijn schouders zakken en mijn blik verzachten.

Op televisie volgde ik vol interesse Hij is een zij, waarin ik trans mensen zag. Vaak vertelden zij hoe ongelukkig ze waren. Op het fysieke vlak herkende ik veel van wat zij beschreven, maar in het sociale en emotionele deel van hun verhaal herkende ik mezelf niet. Veel van hen ervoeren suïcidale gevoelens, depressies en een diepe haat voor het lijf dat ze hadden. Voor mij waren die gevoelens niet zo absoluut. Ik heb écht mooie herinneringen en ervaringen gehad met mijn lijf. Ik heb mijn borsten bijvoorbeeld ook altijd mooi gevonden. Alleen waren ze niet ván mij, ondanks dat ze een deel van me waren.

Blijdschap en harde gedachten

In het begin vond ik het bijvoorbeeld ook lastig dat mensen me hij/hem noemden, ook al wist ik diep van binnen dat het klopte. Ik had immers achtentwintig jaar lang zij/haar gehoord. Het voelde als ‘niet echt’. Dat gevoel van ‘niet echt’ heeft me lang tegengehouden om in transitie te gaan. Ik had strenge en harde gedachten over wat man zijn inhield. Ik moest het doen met het lijf dat ik gekregen had en daar blij mee zijn. En dat heb ik ook oprecht geprobeerd.

Ik ben blij met het lijf dat ik gekregen heb, maar dat betekent niet dat ik niet zelf keuzes mag maken over dat lijf. En het betekent ook niet dat wat echt is en wat niet, door anderen wordt bepaald. Dat bepaal je uiteindelijk zelf. Voor mezelf ben ik man genoeg. Ben ik trans genoeg. De Romy die ik was vóór mijn achtentwintigste is ook nog steeds echt. Die Romy is een groot deel van wie ik ben en ik ben ook trots op wie ik toen was.