Zeven hoofdzonden van cabaretier en musicalster Richard Groenendijk
Hoe succesvol ook, zonder zonde en klein gebrek is niemand. Prijswinnend musicalster en cabaretier Richard Groenendijk (1972) weet dat maar al te goed. Bescheiden ging hij bij Elfie Tromp op de knieën voor een even sierlijke als liefdevolle schuldbekentenis. ‘Ik ben niet superijdel, niet perfect. En ja, ik heb een gat in mijn hand.’
Tekst: Elfie Tromp
Fotografie: Lenny Oosterwijk
Visagie: Annemiek Bohnenn

10.00 ‘s ochtends. Richard Groenendijk komt met een supermarktshopper vol outfits voor de covershoot de studio van de fotograaf binnen. Rechte rug, hartelijk, kalm, tegen het bedeesde aan. Hij heeft de dag ervoor de prestigieuze musicalaward voor beste mannelijke hoofdrol gewonnen voor zijn rol in Hairspray. Hij lag er om half drie in. ‘Niet omdat ik zo aan het feesten was, maar omdat het helemaal in Leusden werd gefilmd.’ Om zeven uur stond hij weer naast zijn bed. Vanavond staat hij op de planken, maar tegenzin of vermoeidheid laat hij niet zien. ‘Ik spaar mijn krachten,’ zegt hij kalm. ‘Maar ik ben niet het type dat buiten het podium ook heel druk wil doen, dus dat scheelt.’ We bespreken vandaag de zeven hoofdzonden. Van luiheid kunnen we hem in ieder geval niet beschuldigen.
Na de shoot, waar hij twee uur lang geduldig alle poses en bekken trekt die de fotograaf aan hem vraagt, strijken we neer op een terras in zijn oude buurt op de Middelandsstraat. ‘Oh, ik ga hier zo even wandelen, mijn oude buurt!’ zegt Richard en bestelt een cappuccino in de zon. ‘Op mijn negentiende hing ik hier rond een lantaarnpaal. Dat lijkt vorige week dinsdag, maar is nu 34 jaar geleden. Het gaat zo snel.’

‘Ik ben niet snel kwaad, maar ik heb wel een grondtoon van neerslachtigheid.’ – Richard
DE 7 ZONDEN
‘Ik ben in het geheel niet gelovig, ben er ook niet mee opgevoed, ook al kom ik uit Dirksland. Toen bekend werd dat ik op mannen viel, werd er op de deur geklopt door dorpelingen bij mijn ouders. Of ze wel wisten dat ik zou branden in de hel. Mijn vader deed rustig de deur dicht. Geweldige man. Als God zo graag wil dat wij in ‘m geloven, waarom zien we hem dan niet? Ik vind het ook zo gek dat-ie zich zoveel richt op de succesvolle mensen. Hoeveel award speeches worden wel niet opgedragen aan die ene hoge pief? Er is zoveel aan de hand, ik denk niet dat God zich erg druk maakt om de keuzes van een musicaljury. Ik vind het altijd vreemd als mensen Hem bedanken.’
‘Ik snak wel naar de rust van het geloof, dat rotsvaste vertrouwen. Ik kan daar jaloers van worden. Ik vrees de dood, want ik vind het hier zo ongelooflijk leuk, ondanks alles. Ik geloof wel in bepaalde leefregels, een juiste mindset, zoals: wie goed doet, goed ontmoet, maak je niet druk om waar je geen invloed op hebt en eer het kleine.’
‘Ik speelde in The Passion vorig jaar de rol van Pontius Pilatus, de rechter die Jezus veroordeelt. Ik heb getwijfeld om het te doen, maar uiteindelijk is niemand tegen het verhaal van liefde. Hoe het geloof door mensen wordt misbruikt, daar ben ik tegen. Dat is volgens mij de ergste zonde die je kunt begaan, erger dan al die zogenaamde hoofdzonden.’

#1 SUPERBIA: HOOGMOED – IJDELHEID – TROTS
‘Het vervelendste van de gay scene is toch wel de strenge ijdelheid die er heerst. In de gay scene roepen we op tot gelijkheid, maar we veroordelen elkaar zo keihard. Er is geen enkele andere scene waar je zo hard wordt gecategoriseerd en afgeserveerd. Je moét een twink, bottom of side zijn of je gedragen als een beer, otter of daddy, maar elkaar even in de ogen kijken en je naam vragen, ho maar.’
‘Als ik nu op een blauwe maandag nog in de Strano kom, dan zie ik ze nog steeds aan de bar zitten: die mooie jongens van dertig jaar geleden die me afwezen omdat ik niet perfect genoeg was, alleen nu zitten ze daar, kalend en met een buik en moederziel alleen.’
‘Ik ben niet superijdel. Ik ben niet perfect, maar ik ben tevreden. Ik heb mijn wallen laten corrigeren, omdat iedereen me maar bleef vragen of ik een kater had. En ja, ik ben wat afgevallen, maar dat is meer omdat ik suikerziekte heb, dan dat ik zo graag perfect ben. Ik ben graag wat gezonder, en dat lukt nu.’
#2 AVARITIA: HEBZUCHT – GIERIGHEID
‘Ik ben gul in aandacht geven én ja, ik heb ook een gat in mijn hand. Trakteer graag en geef rondjes. Ik heb zo vaak bij de Geldmaat op de Kruiskade gestaan en dan was er weer geen saldo op mijn rekening. Dan ging ik bij mijn beste vriendin eten, en als zij weer blut was, kwam ze bij mij. Zo deden we het. En toch, en dat is heel gek, heb ik dat Hollandse zuinige dat dan opkomt in kleine dingen. Ik hou enorm van luxemerken, maar wel met die zeventig procent korting, snap je? Of de plastic tasjes bij de supermarkt. Dan sta ik daarmee in mijn handen en denk dan: ik kan ‘m ook niet afrekenen, maar ja, dan zie ik het al voor me wat er gebeurt als ik betrapt word. Staat dat weer in de krant: “Richard Groenendijk is een winkeldief.” Nee, dan maar liever betalen.’
#3 LUXURIA: ONKUISHEID – LUST – WELLUST
‘We romantiseren zo graag het snelle, vrije leven, maar eerlijk gezegd was ik heel lang doodeenzaam en ongelukkig in de liefde. Ik ging vroeger voor de foute, snelle surfdude, maar dat lag mooi niet binnen mijn bereik. Mijn eerste zoen van een man was op de toiletten in de Bijenkorf. Ik had niet veel seks, ging soms maar met iemand mee die ik in de supermarkt niet zou willen groeten om maar niet alleen te zijn. Ik zie veel jonge jongens om me heen die Grindr uitspelen en veel wisselende contacten hebben, en dat is natuurlijk spannend en leuk, maar blijf er niet te lang in hangen, zou ik willen adviseren, want het is niet goed voor je. Niet voor je zelfbeeld en niet voor je seksuele ontwikkeling. Carlo Boszhard zei eens tegen me: “Je moet je eisen bijstellen.” Hij bedoelde niet: je moet met minder genoegen nemen, maar concessies doen aan dat ideaalbeeld van je. En dan niet aan het karakter, maar aan dat gedroomde uiterlijk van de prins op het witte paard. Ik ben nu meer dan vijftien jaar bij Marko, waarvan zeven jaar gelukkig getrouwd, en als ik ‘m dan naar de badkamer zie waggelen op zijn platvoeten, ja, dan hou ik zo enorm veel van hem.’

‘Het vervelendste van de gay scene is toch wel de strenge ijdelheid die er heerst.’ – Richard
#4 INVIDIA: NIJD – JALOEZIE – AFGUNST
‘Daar kunnen we kort over zijn: ik heb het niet. Ik gun iedereen zijn succes, echt waar. Toen ik de musicalaward had, kwam er een andere genomineerde naar me toe en die zei: “Ik ben een beetje jaloers op je.” Dat vond ik zo lief, dat hij dat toegaf. Dan heb ik eigenlijk meteen de impuls om dat beeld aan hem te geven.’
#5 GULA: ONMATIGHEID – GULZIGHEID – VRAATZUCHT
De Engelstalige ober vraagt hoe het met ons gaat en of we nog iets nodig hebben. ‘We are fine. Well, not everything is perfect, but we are happy to be here and that is enough.’ De ober knikt en neemt glimlachend de lege kopjes mee. ‘Ik ben gulzig in ervaringen willen opdoen en menselijk contact. Ik vind het heerlijk om te praten en interesse te tonen en nieuwe mensen te ontmoeten. Kijk, ik ben van het sociaal engagement in mijn shows, dus ik kan mijn nieuwsgierigheid gewoon als reden voor mijn werk opvoeren, maar eigenlijk wil ik gewoon weten hoe het met iedereen zit.’
#6 IRA: WOEDE – TOORN – WRAAK – GRAMSCHAP
‘Ik ben niet snel kwaad, maar ik heb wel een grondtoon van neerslachtigheid. Die heb ik omarmd. Eigenlijk vind ik alles gedoe, heb ik er aanvankelijk geen zin in. Het is een constant jezelf herpakken. En als ik er dan ben, denk ik: ja, toch leuk. Ik zet het in als typetje, kan het in mijn werk kwijt. Jopie Parlevliet is zo’n personage dat zo heerlijk kan kankeren.’
#7 ACEDIA: GEMAKZUCHT – LUIHEID – VADSIGHEID
‘Ik was vroeger best dik, omdat ik van eten genoot. Ik heb een buurvrouw die nu aan een hoge dosis Ozempic zit en dan heel de dag misselijk is. Komt ze bij me eten, laat ze de kaasplank staan, terwijl ze die vroeger opvrat. Vind ik dan ook sneu, dat ze dat genot niet meer voelt. Ik werk veel, maar eerlijk gezegd ben ik op mijn gelukkigst als ik iets kleins aan het doen ben: een legpuzzel maken met mijn moeder, fietsen met mijn vader. Ja, dat is makkelijk praten natuurlijk, omdat het me nu voor de wind gaat. Als het niet was gelukt in het theater, dan was ik waarschijnlijk een verongelijkte, valse nicht met een bloemenwinkel geworden. Elke dag woedend de rozen schuin afsnijden. Lijkt me ook wel lekker.’
